In het vroege voorjaar verschijnen ze overal: paardenbloemen. Gele zonnetjes tussen het gras, langs paden, in tuinen en weilanden.
En bijna altijd volgt dezelfde opmerking wanneer iemand ze wil plukken of er iets van wil maken:
“Laat ze staan voor de bijen.”
Het is een mooie gedachte. De gedachte “dat planten eigenlijk alleen voor dieren zouden zijn”, hoor je vaker.
In een eerdere blog schreef ik al over hoe wij als mens zelf ook deel zijn van de natuurlijke overvloed om ons heen. Lees hier meer.
Paardenbloemen zijn inderdaad een belangrijke voedselbron voor insecten in het vroege voorjaar, juist wanneer nog maar weinig andere planten bloeien.
Maar de paardenbloem zelf vertelt eigenlijk een iets uitgebreider verhaal.
De verborgen kracht van de paardenbloem
Wie ooit een paardenbloem uit de grond heeft proberen te trekken, weet hoe stevig hij vastzit. Dat komt doordat de plant een diepe penwortel heeft. Die wortel kan verrassend ver de bodem in groeien en slaat daar energie en voedingsstoffen op.
Die opgeslagen kracht zorgt ervoor dat de plant telkens opnieuw kan uitlopen.
Wanneer een bloem wordt geplukt, gemaaid of opgegeten door een dier, blijft de plant gewoon staan. Vanuit dezelfde wortel kan hij eenvoudig nieuwe bloemstelen maken.
Daardoor kan één enkele paardenbloemplant in een seizoen tientallen bloemen produceren.
Wanneer een bloem geen zaad kan vormen omdat hij wordt geplukt, probeert de plant alsnog zijn voortplanting veilig te stellen door opnieuw bloemen te maken. En elke nieuwe bloem betekent opnieuw nectar en stuifmeel voor insecten die net wakker worden uit de winter.
De paardenbloem is daarmee een plant die werkt vanuit overvloed.

Zijn paardenbloemen belangrijk voor bijen?
Stel je eens een veld voor in het voorjaar. Het gras is nog jong en frisgroen. Tussen het gras staan overal de gele bloemen van de paardenbloem, als kleine zonnetjes die net boven het gras uitsteken.
Wanneer je even blijft staan en goed kijkt, zie je hoeveel leven er op afkomt. Honingbijen die van bloem naar bloem gaan. Kleine wilde bijtjes die laag boven het gras vliegen. Soms een zweefvlieg die even blijft hangen voordat hij landt.
Elke bloem is een kleine tafel waar nectar en stuifmeel klaar ligt. De paardenbloem lijkt dat allemaal moeiteloos te dragen.
Bloemen openen zich in de ochtendzon, sluiten weer wanneer de dag voorbij is, en vanuit dezelfde wortel verschijnen steeds weer nieuwe stelen.
Wanneer een plant weer waarde krijgt
En misschien ligt hier nog een ander belangrijk punt.
Zolang paardenbloemen alleen worden gezien als onkruid in het gras, worden ze gemaaid, uitgestoken of bestreden. Vaak nog voordat ze goed hebben kunnen bloeien.
Maar op het moment dat wij als mensen de paardenbloem weer leren herkennen als voedselplant, verandert onze houding. Dan hoeft het gras niet meer onkruidvrij te zijn. Dan mogen die gele zonnetjes gewoon blijven staan.
En precies dan ontstaat er ruimte. Ruimte voor de bijen en andere insecten die van nectar en stuifmeel leven. Ruimte voor een plant die altijd al overvloedig wilde groeien. En ruimte om ook als voedsel te kunnen dienen voor de mens.
Wat kun je doen met paardenbloemen?
Paardenbloemen zijn al eeuwenlang een voedselplant. Vrijwel de hele plant kan worden gebruikt.
Van de bloemen kan siroop, thee of gelei gemaakt worden.
De jonge bladeren kunnen in salades of door warme gerechten worden gegeten.
En van de gedroogde geroosterde wortel kan je een surrogaatkoffie maken.
Wie eenmaal begint te kijken naar wat er met paardenbloemen mogelijk is, ontdekt vaak dat deze ogenschijnlijk gewone plant verrassend veelzijdig is.
Een kleine verandering in hoe we kijken
Misschien vraagt de paardenbloem ons om iets eenvoudigs te herontdekken.
Dat we weer leren kijken naar wat er al groeit, in plaats van steeds te bepalen wat er wel of niet mag staan.
Wanneer we een paar bloemen plukken voor thee, siroop of in de keuken, verandert er vaak iets in onze blik.
De paardenbloem wordt geen onkruid meer dat bestreden moet worden, maar een plant die deel uitmaakt van het landschap waar we samen in leven.
En juist daardoor kan hij blijven groeien.
Misschien ligt daar wel een kleine sleutel: wat we weer leren waarderen, krijgt vanzelf weer ruimte in ons leven en onze leefomgeving.


