Zaden hebben iets heel bijzonders vind ik. Als je goed naar zaden van diverse planten kijkt, ontdek je al snel hoe verschillend ze zijn.

Grote, kleine, glad, rond, spits of stekelig, superlichte of verstopt in een sappige vrucht. Verschillen in vorm en ook soorten verpakking. 

zaaddoos van fluweelblad

Dit keer wil ik het echter over nog iets anders hebben. Namelijk hoe iedere plant zijn eigen manier ontwikkeld lijkt te hebben om haar zaden op een nieuwe plek te krijgen.

Het is in het belang van de plant dat zaden zo ver mogelijk van de plant vandaan komen. Daarvoor niet alle zaden direct onder de plant vallen en is het ontzettend veel concurrentie om te kunnen groeien. Nu wordt dat natuurlijk nooit helemaal uitgesloten, maar er zijn wel manieren die de kans op groei voor een zaadje vergroten. 

Meeliften met de wind

Bij een paardenbloem is het heel mooi zichtbaar: ieder zaadje heeft een soort parachuutje waarmee het door de lucht kan worden meegenomen.

Ook de esdoorn maakt gebruikt van de wind. Je kent ze misschien nog wel, die ‘neusjes’ die je vroeger als kind op je neus kon plakken. Door hun vleugeltjes draaien en zweven ze naar beneden en kunnen ze een stuk verder van de moederboom terechtkomen.

paardenbloem in bloei en in zaad

Via dieren

Andere planten verpakken hun zaden juist in een lekkere vrucht.

Bramen, vlierbessen, lijsterbessen en meidoornbessen worden opgegeten door dieren. De zaden reizen mee en worden ergens anders weer uitgepoept. 

Er zijn ook zaden die zich vastklampen aan vacht, veren of kleding en op die manier meeliften. Klis en kleefkruid zijn daar mooie voorbeelden van.

żaden van grotę klit vastklevend op een trui

Wegschieten

Sommige planten lijken nog een spannender mechanisme gevonden te hebben. 

Bij springbalsemien springen rijpe zaaddozen bij aanraking open en worden de zaden weggeschoten. Ook robertskruid, veldkers en lupine hebben een wijze dat hun zaden ‘wegspringen’.

Hulp van mieren

Sommige zaden hebben een klein voedselrijk aanhangseltje, ook wel een mierenbroodje genoemd. Mieren nemen het zaad mee, eten het voedzame deel op en laten het zaad vervolgens ergens anders achter. Voorbeelden hiervan zijn smeerwortel, bernagie e.a.

Verstoppen en vergeten

Ook bomen krijgen hulp in het transporteren van hun zaden. Eikels, hazelnoten en andere noten worden door vogels en zoogdieren verzameld en verstopt als wintervoorraad.

Een deel daarvan wordt niet teruggevonden. Zo’n vergeten noot kan uiteindelijk weer een nieuwe boom worden.

En natuurlijk gewoon laten vallen

Niet ieder zaad heeft een ingewikkelde strategie.

Sommige zaden en vruchten vallen gewoon op de grond en laten dus de zwaartekracht het werk doen. Van daaruit kunnen ze ook worden meegenomen door dieren, regenwater of stromend water.

Mensen

Zowel grootschalig als kleinschalig verzamelen we zaden. Zaden van planten die we mooi vinden, of lekker zijn of waardevol vinden.
En op die wijze wordt het zaad getransporteerd naar een hele andere plek. Daarmee behoren wij ook tot de verspreiders.

żaden verzamelen in de hand

En het mooie is dat met het verzamelen van zaden en daarna verspreiden of verdelen, je niet alleen zorgt dat er volgend jaar weer volop opkomt en je kunt genieten en oogsten, maar je helpt een plant ook om haar verhaal voort te kunnen zetten.

En als je eenmaal op al die verschillende manieren van zaadverspreiding gaat letten, verandert een rondje door de tuin ineens.

Een zaaddoos is dan niet zomaar iets verdroogds na de bloei. Het is het begin van iets nieuws.