Toen ik voor het eerst The One-Straw Revolution van Masanobu Fukuoka las, was ik diep geraakt. Niet omdat het een nieuw idee introduceerde, maar omdat het iets aanraakte wat ik altijd al had gevoeld, zonder het goed te kunnen benoemen.

Het respect voor de natuur. Het besef dat alles daarin op een eigen, vanzelfsprekende manier samenhangt. En hoe wij als mensen daar in de loop van de tijd steeds verder van zijn afgeraakt.

In zijn woorden herkende ik niet alleen een visie op landbouw, maar ook een herinnering. Aan hoe het leven bedoeld lijkt te zijn. En aan hoe een weg terug eruit zou kunnen zien.

Fijn te merken dat de woorden zoals die van Fukuoka steeds meer doorklinken op allerlei plekken waar mensen zoeken naar nieuwe vormen van samen-leven en natuurlijkere wijze van voedsel-voorziening. Zo waren wij blij verrast over de grote opkomst bij ons Natural Farming weekend dat we in 2023 samen met Kutluhan Γ–zdemir organiseerde (de foto’s in dit artikel zijn uit dit weekend).

Kutluhan Γ–zdemir tijdens Natural Farming weekend

Vier principes van loslaten

Wat Fukuoka beschrijft, staat bekend als natural farming. Soms wordt het ook lazy farming genoemd.

Die term bleef bij me hangen. Misschien juist omdat hij zo gemakkelijk verkeerd begrepen wordt. Want wat ik in zijn woorden tegenkwam, voelde allesbehalve lui.

Toch draait natural farming niet om niets doen, maar om iets anders laten.

Fukuoka vat zijn benadering samen in een aantal eenvoudige principes: niet-ploegen, niet-bemesten, niet-bestrijden en niet-sturen.

De eerste drie: herkenning

Toen ik verder las over natural farming, herkende ik veel. Niet-ploegen, niet-bemesten, niet-bestrijden. Het waren geen vreemde ideeΓ«n voor me. Ik tuinierde al lange tijd op die manier, en ook via permacultuur waren deze principes me vertrouwd geworden.

Het idee dat de bodem zichzelf kan dragen en herstellen zonder steeds opengebroken te worden. Dat je kunt vertrouwen op wat er al is, in plaats van voortdurend iets toe te voegen. En dat je geen vijanden hoeft aan te wijzen in de tuin, geen onkruid of plaag, maar leert kijken naar samenhang.

Die eerste drie vroegen van mij geen grote omslag. Ze pasten bij hoe ik al werkte, en misschien ook bij hoe ik al keek.

Zaadballen maken tijdens weekend

Het vierde principe: niet-sturen

Maar het vierde principe raakte iets anders.
Niet-sturen. Dat bleek voor mij de echte uitdaging.

Wat gebeurt er als ik niet bepaal waar iets hoort, hoe iets moet groeien, of wanneer iets ‘goed’ is? Als ik mijn idee van orde, opbrengst en juistheid even loslaat?

Daar begon het te schuiven. Niet alleen in de tuin, maar ook in mij.

Van tuin naar leven

Ik merkte hoe diep mijn neiging zit om te willen verbeteren, verrijken, optimaliseren en niet alleen in de bodem, maar in alles wat me dierbaar is.

Hoe snel zorg bij mij samenvalt met ingrijpen. Met beschermen, corrigeren en redden.
Niet-sturen vroeg iets wat ik niet kon plannen of toepassen. Het vroeg vertrouwen.

Natural farming liet me zien hoe sterk mijn behoefte aan controle nog was.

Niet alleen in de tuin, maar ook daarbuiten. Het confronteerde me met vragen die weinig met landbouw te maken lijken te hebben, maar alles zeggen over hoe ik in het leven sta. Over vertrouwen. Over loslaten. Over mijn idee van zorg.

Een begin, geen eindpunt

Ik merkte ook dat natural farming geen methode is die je zomaar toepast.

Het vraagt iets innerlijks, geen techniek.
Het vraagt dat je bereid bent om te blijven kijken, ook als je handen niets te doen hebben.

Deze ontmoeting met natural farming is voor mij geen eindpunt geweest, maar een begin. Een manier van kijken die steeds opnieuw vragen oproept, soms bevestigend, maar ook soms schurend. Herkenbaar?