Er zijn veel dagen waarop natuurlijk leven, en daarin zo zelfvoorzienend mogelijk leven, voelt alsof alles stroomt. Alsof ik meebeweeg met iets dat groter is dan ik. Gedragen door de seizoenen, het licht, het werk dat zich bijna vanzelf aandient.
Op zulke dagen lijkt het eenvoudig. Ik zie wat er nodig is en ik doe het. De tuin wijst de weg, mijn lijf volgt. Zonder veel nadenken. En ik geniet, vaak meer dan ik op dat moment besef.
Maar er zijn ook andere dagen.
Wanneer het stokt
Dagen waarop diezelfde manier van leven niet stroomt maar stokt. Waarop alles tegelijk aandacht vraagt en ik niet weet waar te beginnen.
Zoals wanneer de appels vallen en ik ze onder de boom zie liggen, terwijl ik weet dat ik die dag geen tijd heb om ze te rapen. Ik loop langs en merk iets opkomen vanbinnen. De appels liggen er. Ik had die dag geen tijd. Twee feiten die naast elkaar bestaan.

Of wanneer het gras te hoog staat en ik al een paar dagen langs loop zonder er iets aan te doen. De hond verdwijnt er bijna in. Ik zie het. Ik weet het. En toch is er die dag iets anders dat voorgaat — of gewoon geen ruimte meer.
Of wanneer er ’s ochtends iets niet klopt in het kippenhok. De stilte valt me op voordat ik goed en wel kijk. Daarna zie ik de sporen van de vos. Dan dringt het besef binnen dat zorg geen garantie is, hoe zorgvuldig je ook probeert te zijn. De gedachten komen: had ik meer kunnen doen? Ik weet het niet.

Of wanneer de jonge groenteplantjes al dagen op buiten op de tafel staan te wachten om de grond in te gaan, en ik er maar niet aan toekom. Ze staan klaar. De grond ook. Alleen ik nog niet.
Op zulke momenten voelt zelfvoorzienend leven niet als verbondenheid, maar als wrijving.
Wanneer overvloed zwaar wordt
En soms wordt de overvloed zelf zwaar. Wanneer alles tegelijk geoogst en verwerkt moet worden. De keuken vol potten staat, terwijl de klok doortikt en mijn lijf al aangeeft dat het genoeg is. Het werk is nog niet af, maar de energie wel.
Wat bedoeld was als eenvoud, voelt dan als te veel.

Mens in relatie
Misschien schuurt het daar. Niet omdat dit leven niet klopt, maar omdat het laat zien dat ik geen onderdeel ben van een perfect systeem dat altijd in balans is.
Ik ben een mens in relatie tot het leven. Met grenzen. Met momenten van afwezigheid. Met keuzes die betekenen dat iets anders blijft liggen.
Misschien horen deze dagen er net zo goed bij. Niet als teken dat ik faal, maar als herinnering dat natuurlijk leven geen romantisch ideaal is waarin je kunt slagen of mislukken.
Het is soms rauw. Soms onvoorspelbaar. En vaak eerlijker dan ik verwacht.

De tuin als spiegel
Soms stroomt het. Soms niet. Beide kloppen.
En telkens kom ik weer tot dezelfde realisatie: de tuin is een spiegel.
Als ik kijk met de blik van tekort, zie ik appels die blijven liggen, een kip die ik niet heb kunnen beschermen, werk dat niet af is.
Als ik kijk met een andere blik, zie ik een tuin die gewoon doorgaat. Seizoenen die zich ontvouwen. Een mens die meedoet, zoveel als zij kan.
Misschien zijn beide blikken waar. En misschien raakt het iets ouds, de vraag of ik het goed genoeg doe. Goed om dat ook even te zien.
Dank je wel, tuin, dat ik dit weer even mag aankijken.
